Bij lithium luistert de spiegel en de dosering erg nauw, met andere woorden: de spiegel kan snel te laag of te hoog worden. Daarom controleert je arts regelmatig de hoeveelheid lithium in je bloed. 

De lithium bloedspiegel wordt ook gecontroleerd in onder andere deze situaties:

  • Vlak na beginnen met het gebruik.
  • Dosis wordt verhoogd of verlaagd.
  • Als je andere medicijnen gaat gebruiken die invloed hebben op hoe snel je lithium weer uitplast, zoals onder andere: ibuprofen (en andere medicijnen uit de groep NSAID’s), sommige medicijnen die de bloeddruk verlagen en sommige antibiotica.
  • Als je last hebt van bijwerkingen.
  • Als je last hebt van koorts, diarree of braken.

Heel soms komt een lithiumvergiftiging voor. Dan heb je vaak last van misselijkheid, braken, diarree, trillende handen, slaperigheid, traagheid, duizeligheid en moeilijk uit je woorden kunnen komen. Als je dit soort klachten opmerkt, dan is direct overleg met je arts nodig. Er zal dan een extra lithiumspiegel bepaling worden gedaan en vaak wordt de lithium gestopt totdat de uitslag bekend is. Uiteraard is het ook belangrijk dat door een arts wordt gekeken naar eventuele andere oorzaken van je klachten. Bij een heel ernstige vergiftiging kun je last krijgen van epileptische aanvallen, hartritmestoornissen en niet meer kunnen plassen. Dan lukt het mensen niet meer om je goed wakker te krijgen. Dan moet er meteen een dokter gebeld worden. 

Ook als je twijfelt over een lithiumvergiftiging neem dan altijd direct contact met je arts, GGZ instelling of ziekenhuis, ook buiten kantoortijden!